knapheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een mooi, aantrekkelijk uiterlijk
    Waarom slaan we steil achterover van de looks van de ene persoon, maar worden van het uiterlijk van de ander niet warm of koud? En hoe komt het dat je daar ook nog eens van mening over verschilt met die goede vriendin? Want zíj vindt die vent wél heel erg knap. Een aantal Amerikaanse onderzoekers besloot tot op de bodem uit te zoeken hoe het nu echt met knapheid zit. De Telegraaf 09 okt. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/491687/wanneer-ben-je-knap-en-wanneer-niet Wanneer ben je knap en wanneer niet?]
    Het verschil tussen de dames is het meest duidelijk aan de oppervlakte. Puck is met haar lange ledematen, lelieblanke huid, blauwe ogen en bruine krullen een klassieke schoonheid. Wanneer ik een tijdje weg ben geweest, verrast die knapheid me bij thuiskomst. Waarschijnlijk omdat de donkere wolk boven Puck op dat moment nog geen invloed op me heeft. De Telegraaf 02 sep. 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/2507953/mijn-twee-meiden-lijken-in-niets-op-elkaar 'Mijn twee meiden lijken in niets op elkaar']
    Tot de aanwezige klasgenoten in De Reünie behoren de neefjes Appy en Sally. Oven hen schreef Anne in haar dagboek: Appy was een knappe, slanke, donkere jongen die later een toonbeeld van filmheldigheid geworden is, en die steeds meer bewondering opwekte dan de kleine dikke blonde gezelligaard, met o zoveel humor, die Sally was. Maar ik keek niet naar knapheid, maar hield jarenlang erg veel van Sally. Een tijd lang waren wij veel samen, maar overigens bleef m'n liefde onbeantwoord. Het Parool 24 NOVEMBER 2009 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/oud-klasgenoten-anne-frank-in-de-reunie~a269247/ Oud-klasgenoten Anne Frank in De Reünie]
  2. intelligentie en kundigheid

Etymologie

* afleiding van knap

Vertalingen

Engelshandsomeness, neatness, beauty