fraaiheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de schoonheid en de pracht3. Kantine: Die is flink gedateerd, de inrichting stamt nog uit de jaren tachtig. Meubilair is wel eens vervangen, maar het schreeuwt om een make-over. Functioneel gaat hier vooralsnog voor fraaiheid, al heeft de club moderniseringsplannen. Tubantia 25-02-15, [https://www.tubantia.nl/overig/sportparktest-heubach-hooligan-bij-vosta~a2631820/ Sportparktest: Heubach 'Hooligan' bij Vosta]
Etymologie
* afleiding van fraai
Vertalingen
Engelsbeauty, prettiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek