vaardigheid

vrouwelijk (de)/ˈvardəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
    Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan.
    Het draait niet alleen maar om praktische vaardigheden.

Etymologie

*Afgeleid van vaardig

Vertalingen

Engelsexpertness, skilfulness, skill
Franshabileté
DuitsFertigkeit
Spaansdestreza, soltura, habilidad
Italiaansabilità
Poolsumiejętność