vaar

mannelijk (de)/var/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bout met schroefdraad, passend in moer met inwendige schroefdraad
zelfstandig naamwoord
  1. (in wapenkunde) vakvoering samengesteld uit klok- of schildvormige vakjes, beurtelings van zilver en azuur
zelfstandig naamwoord
  1. man die een of meer kinderen heeft; iemands naaste mannelijke bloedverwant in opgaande lijn, vader
  2. mannelijk dier dat jongen heeft voortgebracht
  3. angst

Etymologie

#doorgemolken en niet bevrucht