dikdoenerij
vrouwelijk (de)/dɪɡdunə'rɛɪ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- op een manier praten of handelen waarbij je jezelf belangrijker voordoet dan je eigenlijk bentHet is Bouwmeester ten voeten uit. Ze zit het liefst op het water in haar bootje, ver weg van alle drukte en dikdoenerij. Trainen, racen, wedstrijden winnen. 'Ik wil de wereld domineren', zo luidt haar motto. Tubantia 06-08-12 [https://www.tubantia.nl/sport/gouden-ben-en-zilveren-marit-een-lekker-stel~a8e23f69/ Gouden Ben en zilveren Marit, een lekker stel]De Venezolaanse president insinueert al langer dat de VS van plan zijn hem uit zijn macht te ontzetten, maar tot dusver gingen zijn beschuldigingen niet verder dan de gebruikelijke grootspraak en dikdoenerij. De Standaard 28/12/2011 door jta [http://www.standaard.be/cnt/dmf20111228_158 Chavez: 'Veroorzaken VS kanker?']Parra, die zichzelf een ’antipoëet’ noemde om afstand te nemen van literaire dikdoenerij, geldt als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw in Zuid-Amerika. De Telegraaf 23 jan. 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1579227/chileense-antipoeet-parra-103-overleden Chileense 'antipoëet' Parra (103) overleden]
Vertalingen
Engelsboast, tall talk, bravado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek