bluf
mannelijk (de)/blʏf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft; uiting bedoeld om het te doen overkomen alsof men tot meer in staat is of sterker staat dan het geval isHet is allemaal bluf.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelsbluff
Fransbluff
DuitsBluff
Spaansfarol, bluf, bluff
Italiaansbluff
Portugeesblefe
Russischблеф
Zweedsbluff
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek