bluf

mannelijk (de)/blʏf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft; uiting bedoeld om het te doen overkomen alsof men tot meer in staat is of sterker staat dan het geval is
    Het is allemaal bluf.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsbluff
Fransbluff
DuitsBluff
Spaansfarol, bluf, bluff
Italiaansbluff
Portugeesblefe
Russischблеф
Zweedsbluff