blufferij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met teveel trots spreken over (vermeende) eigen prestaties of eigenschappen met als doel indruk te maken op anderen
    Gasconjers, bewoners van Gasconje in het zuidwesten van Frankrijk, bekend om hun grootsprekerij (een onschadelijke blufferij wordt wel een ‘gasconnade’ genoemd). (1995)–K. ter Laan [https://www.dbnl.org/tekst/laan005ckei01_01/laan005ckei01_01_0908.php Multatuli Encyclopedie]

Etymologie

* van bluffen