adventtijd

mannelijk (de)/ɑtˈfɛntɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de 24 dagen voor kerstmis
    Als alles volgens plan verloopt kunnen de parochianen de adventtijd weer in hun vertrouwde godshuis beleven. Vertrouwd, maar wel veel mooier dan voorheen. Want de restauratie brengt prachtige details weer tot leven.