adventist
mannelijk (de)/ɑtfɛn'tɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhanger van het adventisme een in 1831 door W. Miller gesticht protestants-christelijk kerkgenootschap, waarin de spoedige wederkomst van Christus centraal staatWat moet Donald Trump aanhouden als hij adventist Carson niet vertrouwd? Trump is aanhanger van het Presbyterianisme, maar heeft door uitspraken over vluchtelingen veel krediet verloren. HP de Tijd 31/10 | 2015 DOOR:JESSY DE COOKER [https://www.hpdetijd.nl/2015-10-31/religion-matters-amerikaanse-verkiezingsstrijd/ ‘Religion matters’ in Amerikaanse verkiezingsstrijd]Het is natuurlijk niet zo vreemd dat Ryrie (1971), hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Durham, voor dit overzichtswerk op zoek ging naar een gemeenschappelijke karaktertrek, aangezien je protestanten natuurlijk in alle denkbare soorten en maten hebt. Lutheranen, anabaptisten, anglicanen, calvinisten, arminianen, methodisten, presbyterianen, quakers, shakers, adventisten, zevendedagsadventisten, baptisten, congregationalisten, Moravische broeders, unitariërs, leden van de Pinksterbeweging – het aanbod is schier eindeloos, en alleen al in Nederland, waar in 2004 de grootste kerken samengingen in de Protestantse Kerk in Nederland, zijn er maar liefst veertien officiële protestantse kerkgenootschappen. NRC Rob Hartmans 29 september 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/29/kleurrijk-volk-die-protestanten-13242187-a1575294 Kleurrijk volk, die protestanten]
Etymologie
*afgeleid van advent
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek