adventsperiode

vrouwelijk (de)/ɑtˈfɛntsperiˌjodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de vier weken voor kerstmis
    De Oldenzaalse midwinterhoornblazers gaan de komende adventsperiode zes keer blazen in Bad Bentheim, in Duitsland.Tubantia 25-NOVEMBER-2015 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal/oldenzaalse-midwinterhoornblazers-naar-duitsland~a4f5e4ca/ Oldenzaalse midwinterhoornblazers naar Duitsland]
    Wissink noemt de brief van kardinaal Eijk “zijn Adventsbrief.” De brief werd weliswaar in de Adventsperiode verspreid, maar is géén Adventsbrief. Een dergelijk schrijven thematiseert immers de verwachtingsvolle tijd in de aanloop naar Kerstmis.Tubantia 17-JANUARI-2015 [https://www.tubantia.nl/overig/priester-wissink-kardinaal-eijk-verwoest-bisdom~a598265f/ Priester Wissink: 'Kardinaal Eijk verwoest bisdom']

Vertalingen

Engelsadvent