adventskrans

mannelijk (de)/ɑt'fɛntskrɑns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kerst (kerst) een hangende of op tafel liggende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan tijdens de advent er elke zondag één meer wordt aangestoken
    De adventskrans stond midden op de tafel.

Etymologie

* Samenstelling van advent en krans