wederwaardigheid

vrouwelijk (de)/ˌwedərˈwardəxhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich tegen iets of iemand keren
  2. verouderd (verouderd) tegenstand of strijd tegen iets of iemand
  3. negatieve ervaring of gebeurtenis
  4. iets opmerkelijks dat je hebt meegemaakt
  5. verouderd (verouderd) iets dat inbreuk maakt op verschuldigd respect
  6. respectloze houding
  7. respectloze behandeling

Etymologie

*[2] afgeleid van wederwaardig