wederwaardigheid
vrouwelijk (de)/ˌwedərˈwardəxhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zich tegen iets of iemand keren
- (verouderd) tegenstand of strijd tegen iets of iemand
- negatieve ervaring of gebeurtenis
- iets opmerkelijks dat je hebt meegemaakt
- (verouderd) iets dat inbreuk maakt op verschuldigd respect
- respectloze houding
- respectloze behandeling
Etymologie
*[2] afgeleid van wederwaardig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek