tegenspoed
mannelijk (de)/ˈteɣə(n)ˌsput/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
Etymologie
* , in de betekenis van ‘pech’ voor het eerst aangetroffen in 1437
Vertalingen
Engelsadversity, decay, misfortune
Fransmalchance, abaissement
DuitsUnannehnlichkeiten
Spaansdesgracia, infortunio
Italiaansavversita
Portugeesadversidade
Zweedsmotighet
Deensforfald
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek