voorspoed
mannelijk (de)/ˈvorsput/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat het goed gaatBij het huwelijk wensen wij het bruidspaar veel voorspoed en geluk.
Etymologie
* In de betekenis van ‘succes’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Vertalingen
Engelsprosperity
Fransprospérité
DuitsWohlergehen, Wohl, Wohlstand
Spaansprosperidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek