tweedracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verdeeldheid, twist, ruzieDe tweedracht die de laatste eeuw van het Byzantijnse Rijk kenmerkte droeg in belangrijke mate bij tot de uiteindelijk ondergang.
Etymologie
* In de betekenis van ‘twist’ voor het eerst aangetroffen in 1383
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek