tweedracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verdeeldheid, twist, ruzie
    De tweedracht die de laatste eeuw van het Byzantijnse Rijk kenmerkte droeg in belangrijke mate bij tot de uiteindelijk ondergang.

Etymologie

* In de betekenis van ‘twist’ voor het eerst aangetroffen in 1383