avontuur

onzijdig (het)/avɔn'tyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderneming waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat, onverwacht gebeurt en gevaarlijk zijn
    De avonturen van Odysseus waren een geliefd onderwerp in het Griekenland van de oudheid.
    De verveelde rijkeluiskinderen waren wel in voor een avontuurtje.
    Na twintig jaar hard werken in glimmende kantoorgebouwen had ik behoefte aan meer natuur en avontuur.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lotgeval’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236

Vertalingen

Engelsadventure
Fransaventure
DuitsAbenteuer
Spaansaventura
Italiaansavventura
Russischприключение
Poolsprzygoda
Zweedsäventyr