statuur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de grootte van iets of iemand
- het aanzien, de status, de positie van iemandIk denk dat Schmitt een en ander voor haar heeft gedaan, het laat zich raden wat. Financieel, carrière, contacten in het buitenland. Anders zou een dame van die statuur natuurlijk nooit dat aquarium in stappen...' Breukhout liet een stilte vallen. {{Aut |Lau, ThéVier dagen lang heeft het welgestelde deel van Rotterdam door zijn Katendrechtse buitentje en door zijn huis aan het Willemsplein geschooierd. Al zijn kostbare eigendommen hebben ze bij opbod onder elkaar verdeeld, alsof ze wilden afrekenen met de ontzagwekkende statuur van zijn nagedachtenis en hem in geestgestaltelijke stukken over de stad verstrooien. {{Aut|Haasnoot, Robert‘Francken was nog geen staatssecretaris toen hij dat postte, maar wat heeft hij daar nu aan? Zelfs nu komt hij bijna elke week met zo’n uitspraak. In de academische, de culturele en de politieke wereld zijn genoeg voorbeelden van mensen die dagelijks zijn ongelijk tonen. Terwijl de staatssecretaris toogpraat verkoopt. Dat hoort toch niet bij een man van zijn statuur?’de Standaard 30 SEPTEMBER 2017
Etymologie
*van Middelnederlands "stature"
Vertalingen
Engelsstature
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek