positie

vrouwelijk (de)/po'zisi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stand van het lichaam
    De sportman stond in positie , klaar om met al zijn armspieren de kogel zo ver mogelijk te stoten.
  2. een innerlijke houding
    Hij bevond zich in een erg pijnlijke positie nadat zijn vriendin hem verlaten had.
  3. een plaats van waaruit men iets onderneemt
    De racewagen vertrok vanuit een erg gunstige positie waardoor hij ook de wedstrijd kon winnen.
  4. een toestand waarin iets of iemand zich bevindt
    De advocaat wist zich geen raad met de huidige positie van zijn cliënt.
    „Elk incident, elke publicatie in de media is slecht voor de positie van Centric, want wij opereren in een markt waarin vertrouwen ontzettend belangrijk is”, schetste Luijten.
  5. een vaste betrekking
    De vrijgekomen positie bij het Openbare Ministerie was heel snel ingenomen.
    Daardoor kwam de verantwoordelijkheid voor het huis en het land ook grotendeels neer op de schouders van de kamerheer. Geoffrey Poke had zich al stevig geïnstalleerd aan de top van de hiërarchie van de bedienden toen Emont lord werd, en de combinatie van Geoffreys zucht naar macht en Emonts desinteresse gaf hem de gelegenheid om zijn positie verder uit te breiden.
  6. een maatschappelijke stand
    Mensen die te rade gaan bij het OCMW bevinden zich vaak in een erg benarde positie.
    Ontwikkel jezelf, zodat je altijd in een positie bent om elke keuze te maken die je zou willen maken.
  7. muziek (muziek) de ligging van de hand
    Tijdens het bespelen van de gitaar moeten de vingers vaak in een erg pijnlijke positie geplaatst worden om een bepaald akkoord zuiver te laten klinken.
  8. militair (militair) een opstelling van troepen en materieel
    De kolonel brulde over het terrein dat iedereen zich in positie moest zetten.
  9. plaats in een rij
    Albert stond in derde positie, achter Berry en de jonge Péricourt, die zich omdraaide als om na te gaan of iedereen er wel was. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  10. natuurkunde (natuurkunde) een punt in een n-dimensionale ruimte wat met coördinaten kan worden gekarakteriseerd (-> locatie)

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1641

Vertalingen

Engelsposition, position, position
Fransposition, position, position
DuitsPosition, Position, Position
Spaansposición, posición, posición