positief
/ˌpoziˈtif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) (taalkunde) de stellende trap.De positief van zwaar, zwaarder en zwaarst is zwaar.
- (n) (fotografie) afdruk die, wat betreft licht en donker, overeenkomt met de werkelijkheid
- (muziek) deel van een orgel, bestaande uit een aantal bijeenbehorende pijpen (zie b.v. rugpositief)
Etymologie
**[3] via "positif" van Latijn "positivum"
Uitdrukkingen
- bij je positieven zijn — helder en dus niet bewusteloos zijn
Vertalingen
Engelspositive
Franspositif
Duitspositiv
Spaanspositivo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek