status

mannelijk (de)/ˈstatʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (algemeen) plaats in een vast geheel of een bepaald proces
  2. sociologie (sociologie) aanzien in de maatschappij, hiërarchische positie
    Een hoge maatschappelijke status.
    Sociale status.
    De stedelijke elites vonden andere manieren om hun status te handhaven, bijvoorbeeld door functies in de keizerlijke hiërarchie te vervullen.
  3. juridisch (juridisch) maatschappelijke toestand of positie met bepaalde rechtsgevolgen
    Als zij de status van vluchteling krijgt, mag ze in het land blijven.
  4. medisch (medisch) actueel overzicht van aandoeningen en behandelingen, dossier over patiënt in ziekenhuis
    Wat is de status van de patiënt?
  5. internet (internet) bericht over een bepaalde toestand, bijv. op sociale media
    De status van het bericht wordt weergegeven.

Etymologie

*[2]: in de nieuwere betekenis ‘maatschappelijk aanzien’ via "status", aangetroffen vanaf 1959

Vertalingen

Engelsstatus, grade, rank
DuitsStatus, Status, Ansehen
Spaansestatus, grado, rango