aanzien
onzijdig (het)/ˈanzin/
Betekenis
werkwoord
- (ov) kijken naarHij kon het niet meer aanzien.
- (ov) ~ voor: beschouwen alsWaar zie je me voor aan?
- (ov) dulden, tolereren, kijken zonder te handelenIk heb het nog een tijdje aangezien, maar uiteindelijk ben ik er toch tegen opgetreden.De arts wilde het nog even aanzien.
zelfstandig naamwoord
- hoe iets of iemand door anderen gezien wordtZijn aanzien liep daarmee een aardige deuk op.Door het nieuwe verfje is het aanzien van het huis duidelijk verbeterd.
- voorkomen, reputatie, sociale statusDoor haar promotie kreeg Mieke een ander aanzien in het bedrijf.
- achtingHet bestuur wijzigde het beleid ten aanzien van de werknemers.
Uitdrukkingen
- voor een ander aanzien — zich in de persoon vergissen
- aanzien doet gedenken — het zien maakt dat men er aan denkt
- zonder aanzien des persoons — zonder er op te letten wie iemand is
- van aanzien — gezien
- niet om aan te zien — heel erg lelijk
- naar het zich laat aanzien — zoals men verwachten kan
Vertalingen
Engelsrespect
DuitsAnsehen
Spaansmirar, poner la vista en, tomar por
Italiaansriguardo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek