snars

mannelijk (de)/snɑrs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk, informeel (figuurlijk), (informeel) zeer klein beetje (alleen in onderstaande uitdrukking)
    U bent een slechte, boze verstaander, u snapt er geen snars van.
  2. verouderd (verouderd) kleine hoeveelheid vocht
    {{ouds

Etymologie

*mogelijk van "snarren"

Uitdrukkingen

  • Geen snarsHelemaal niets