snars
mannelijk (de)/snɑrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk), (informeel) zeer klein beetje (alleen in onderstaande uitdrukking)U bent een slechte, boze verstaander, u snapt er geen snars van.
- (verouderd) kleine hoeveelheid vocht{{ouds
Etymologie
*mogelijk van "snarren"
Uitdrukkingen
- Geen snars — Helemaal niets
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek