zier

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geringe hoeveelheid: ik snap er geen zier van
    Nu is het niet mijn bedoeling om een zuurverdiende vakantie naar een tropisch paradijs te verzieken (vooruit, een beetje), maar het verhaal van de Malediven vertelt ons denk ik iets anders. Het zou immers geen zier helpen als we niet meer hiernaartoe op vakantie zouden gaan. En dat is juist de kern van het probleem. HP de Tijd ARNOUT LE CLERCQ 25 JAN 2019 [https://www.hpdetijd.nl/2019-01-25/de-malediven-verdwijnen/ De Malediven verdwijnen, maar onze consumptiedrift niet]

Etymologie

* In de betekenis van ‘zweem, kleinigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287