sloeber

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onbeschaafde, smerige man, een stakker
    Het is geen toeval dat het Heemraadsplein in Rotterdam-West ook een tweede, Kaapverdische naam heeft. Die staat ook op het blauwe naambordje: Pracinha d’Quebrod, Kaapverdisch voor zoiets als ‘plein van de arme sloebers’. Rotterdam, en dan vooral West en Delfshaven, heeft een bijzondere betekenis voor Kaapverdianen. In de stad woont de grootste gemeenschap Kaapverdianen in Nederland, ruim 20.000 mensen. NRC Elsje Jorritsma 20 januari 2017
  2. iemand die veel en snel eet

Etymologie

*vuile morsige kerel