vlegel

mannelijk (de)/ˈvleɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) dorswerktuig
  2. scheldwoord (scheldwoord) ondeugende jongen of lompe man
    Brutale vlegel!

Etymologie

*via Middelnederlands "vleghel" van laat Latijn "flagellum", in de betekenis van ‘lange stok, dorsvlegel’ aangetroffen vanaf 1351

Vertalingen

Engelsflail
Fransfléau
DuitsFlegel