pauper

mannelijk (de)/'pɑupər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die heel arm is
    Zijn 60 miljoen volgelingen blijven naar eigen zeggen ‘getraumatiseerd’ achter. Vanuit het hoofdkwartier van Sacha Sauda (een echte stad met een cinema, scholen en ziekenhuizen) reageerde een verweesde volgeling: ‘Ooit waren we paupers, vandaag hebben we een job, geld, voertuigen en land. Allemaal dankzij hem.’ de Standaard DINSDAG 29 AUGUSTUS 2017
    "De fan van Twente droomt van een kampioenschap, die van Heracles komt omdat hij zich een pauper voelt", zegt Hans Kroeze, directeur van Asito. Tubantia 11- maart -2017

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelspoor-man, pauper