zwerver

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwɛrvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die geen vast verblijf heeft; landloper
    In de meeste steden lopen zwervers rond.
    Ik zag er uit als een zwerver en maakte er een enorme troep van.

Etymologie

* van zwerven

Vertalingen

Engelsvagabond
Spaansvagabundo, vago