schorem
onzijdig (het)/ˈsxorəm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) een of meer lieden van laag allooiDat stuk schorem komt bij mij de deur niet in!
- (pejoratief) leugens
Etymologie
* van "שקרים" (sjkorem), in de betekenis van ‘uitvaagsel’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Vertalingen
Engelsrabble, riff-raff
Spaansescoria
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek