geboefte
onzijdig (het)/ɣəˈbuftə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) een groep boeven/misdadigersEr loopt hier een hoop geboefte rond.
Etymologie
* van Middelnederlands "geboefte", op te vatten als "boef"
Vertalingen
Engelsrabble, riff-raff
DuitsGesindel
Spaanschusma, canalla, mala gente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek