uitschot

onzijdig (het)/ˈœytsxɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. personen van laag allooi
    Wat een uitschot is dat, zeg!
  2. datgene wat afvalt bij een sortering naar kwaliteit, met name bij papierproductie
  3. visserij (visserij) het deel van de visvangst dat weer teruggeworpen wordt
  4. kosten betaald voor opgevraagde informatie
    De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen vallen ten laste van de debiteur van de retributie.
  5. de uitlaat van een poldermolen of gemaal

Etymologie

* hier komt de etymologie van het woord-->