rakker

mannelijk (de)/ˈrɑkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) ondeugend persoon, iemand die zich vrijpostigheden permitteert
    Die rakker had weer kattenkwaad uitgehaald.
    Ze waren een kleine, harde kern van linkse rakkers die oorspronkelijk leerjongens waren geweest van de linkse theoreticus Gotfred Appel en ze hadden al in de vroege jaren zeventig de theorie aanvaard over 'parasietstaten', waarin de arbeidersklasse met behulp van materiële welvaart werd omgekocht tot politieke passiviteit.
  2. informeel, beroep (informeel), (beroep) iemand die bij de politie werkt

Etymologie

*: "rakkeren" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsscoundrel