deugniet
mannelijk (de)/ˈdøxnit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spottend) ondeugend kindDe jonge deugniet was kort geleden voor het gerecht geweest wegens diefstal.
Etymologie
* In de betekenis van ‘iemand die niet deugt, ondeugend kind’ voor het eerst aangetroffen in 1564
Vertalingen
Engelsgood-for-nothing, rascal, scamp
Franscoquin, vaut-rien, chenapan
DuitsBengel, Taugenichts
Spaanspillo, pícaro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek