Diender

mannelijk (de)/ˈdindər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) iemand die een zuiver ondersteunende taak heeft voor een persoon of instantie met meer aanzien
    {{ouds
  2. ordehandhaving, beroep, verouderd (ordehandhaving) (beroep), licht (verouderd) functionaris die door daadwerkelijk optreden zorgt voor het naleven van wettelijke regels
    De diender had zojuist met een collega zijn beschadigde politiewagen bij een schadeherstelbedrijf afgeleverd, toen hij op de Dillenburgstraat betrokken raakte bij een aanrijding, weet Dichtbij.[https://www.telegraaf.nl/nieuws/1097226/agent-maakt-brokken?utm_source=google&utm_medium=organic Agent maakt brokken], De Telegraaf, 17 juni 2013

Etymologie

**[2] de algemene betekenis "iemand die dienstbaar is" is geleidelijk verdrongen door de meer specifieke betekenis "gerechtsdienaar, politieagent" die al in de 17e eeuw voorkwam