loeder

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gemeen persoon
    Mijn vader is de dader en mijn moeder is een loeder, vond de boze puber.
    Een man die op Jan Wolkers lijkt vertelt dat zijn overleden vrouw soms „door het huis spookt”, dan liggen er ineens dingen op de grond. „Dan zeg ik: waar ben je mee bezig geweest, loeder!” NRC Floor Rusman 31 december 2015
  2. lokaas

Etymologie

*verlokkende gestalte