kreng

onzijdig (het)/krɛŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie, dierkunde (anatomie), (dierkunde) het – vaak al deels ontbonden – stoffelijk overschot van bepaalde dieren (vooral vogels en zoogdieren)
    Het kreng was al deels vergaan.
  2. scheldwoord (scheldwoord) gemeen of onaangenaam persoon (meestal van het vrouwelijke geslacht)
    Een verwend kreng met een grote bek.
    Vroeger was ik altijd een kreng; ik dacht nooit na bij dingen.
  3. informeel (informeel) een gebruiksvoorwerp dat ergernis oproept
    Op Marktplaats een hometrainer gekocht, maar het kreng deed het nooit goed.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘aas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1429, in die van ‘gemene vrouw of kind’ voor het eerst in het jaar 1617

Vertalingen

Engelscadaver, carrion, corpse
Spaanscadáver