listigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het iemand proberen in eigen voordeel voor te bedriegen
    Volgens de fiscus is Moszkowicz 'structureel bezig geweest zaken te verhullen', zo lichtte de belastinginspecteur op 5 oktober bij de rechtbank in Haarlem toe, en kan hij dat niet anders dan opzettelijk hebben gedaan. Er was sprake van 'een patroon, een structureel karakter en listigheid, vindt de inspecteur. Nu de schikking is getroffen, zal de rechtbank geen uitspraak meer doen.
  2. een leugen, het bedrog

Etymologie

* afleiding van listig