gladheid
vrouwelijk (de)/ˈɣlɑthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) het vóórkomen van gladde oppervlaktenDoor de lage temperaturen en verwachte neerslag kan er gladheid optreden.
- (psychologie) de doortraptheid van iemand waardoor men moeilijk vat op hem/haar krijgt
Etymologie
*Afleiding van glad .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek