leepheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het op een listige manier slim zijn
    Met de leepheid van een routinier omspeelde Van Duinen doelman Pasveer en de toegesnelde Rienstra, waarna hij ook nog eens de beheersing en het overzicht hield voor de afronding: 1-0. Tubantia Fardau Wagenaar 09-12-11 [https://www.tubantia.nl/heracles/heracles-onmachtig-in-den-haag~a21920af/ Heracles onmachtig in Den Haag]
    Misschien is het juist wel het gebrek aan die typische Ramos-routine waardoor Marokko, ondanks de credits die het de voorbij wedstrijden vergaarde op het WK, niet naar de volgende ronde gaat. De pure leepheid die het miste in de met 1-0 verloren duels tegen Iran en Portugal. Tubantia 25-06-18 [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/marokko-neemt-waardig-afscheid-van-wk~a96a2465/ Marokko neemt waardig afscheid van WK]

Etymologie

* afleiding van leep