handigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een handeling om op een slimme manier een doel te bereikenDoor een handigheid kon het geld toch worden uitgekeerd.
Etymologie
*afgeleid van handig
Vertalingen
Spaansacierto, destreza, maña
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek