geslotenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men weinig of niet bereid is te communiceren met de buitenwereld
    De 58-jarige Cullen stierf als gevolg van uitgezaaide baarmoederhalskanker, die te laat was ontdekt in het UMCU. De vrouw streed na de te late diagnose jarenlang tegen de geslotenheid van het Utrechtse ziekenhuis. Volgens Cullen ging het ziekenhuis op een onpersoonlijke wijze met haar om als patiënte.
  2. iets dat men geheim houdt

Etymologie

* afleiding van gesloten

Vertalingen

Engelstimorousness, timidity, shyness