zwijgzaamheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de geneigdheid of gewoonte om te zwijgen
    Ze stond niet bekend om haar zwijgzaamheid.
    Er verschijnt een barst in haar zwijgzaamheid, en plotseling tuimelen de woorden naar buiten.

Etymologie

*afgeleid van zwijgzaam

Vertalingen

Engelstaciturnity
Franstaciturnité
Spaanstaciturnidad