zwijgplicht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwɛixplɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) de verplichting tot zwijgen
    In de Nederlandse wetgeving bestaat er geen zwijgplicht.
    De chefs in 'het open werk'werd bovendien een zo strikte zwijgplicht opgelegd dat ze niet eens hun ondergeschikte rechercheurs mochten informeren over de feitelijke situatie.