stilzwijgendheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet spreken; het zwijgen; het stil zijn zonder te sprekenOnderwijlen stond het Vlaamse leger beweegloos achter de tweede beek, de val der vijanden in de diepste stilzwijgendheid aanziende.De langzame stap des ridders en zijn stilzwijgendheid staafden die gissing, en velen vielen, terwijl hij voorbijging, biddend op hun knieën ter aarde.
Etymologie
* afleiding van stilzwijgend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek