openheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het open zijn
    Het was prachtig en overweldigend geweest in de bergen maar ik verlangde naar de eenvoud en openheid van de woestijnheuvels van Noord-Californië die nu voor me lagen.

Etymologie

*afgeleid van open

Vertalingen

Engelsfrankness, openness