droefenis

vrouwelijk (de)/'drufənɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. trieste, verdrietige stemming
    De inburgeringscursus was destijds zijn uitvinding. Nu moet Han Entzinger (69) tot zijn droefenis vaststellen dat zijn geesteskind aan lager wal is geraakt. De emeritus hoogleraar integratiestudies keek de afgelopen jaren toe hoe politici met de inburgering aan de haal gingen en er iets van maakten dat nooit zijn bedoeling is geweest. Het inburgeringstraject dat Entzinger in 1994 voor ogen had, was bedacht als een opstapje voor migranten in een voor hen nieuwe samenleving, een praktische service van de overheid om de taal te leren.Volkskrant Anneke Stoffelen 27 januari 2017

Etymologie

* afgeleid van droef

Vertalingen

Engelssadness