vreugde

vrouwelijk (de)/ˈvrøɣdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) een blij gevoel
    Ik gooi mijn vreugde omhoogals vogels aan de hemel.De duisternis is weggefladderden ik ben blij met het licht!
    Toen ik zei dat ik helaas nog niet wist hoelang ik van plan was te blijven en dat ik hoopte dat dat geen probleem zou zijn, wuifde hij mijn zorgen weg met een elegant handgebaar en bezwoer hij mij dat het een eer was voor het etablissement en een persoonlijk genoegen voor hemzelf om mij als gast te mogen beschouwen en dat hij alleen maar kon wensen dat deze vreugde langdurig zou mogen zijn.

Etymologie

*(erfwoord): Middelnederlands (oorspronkelijk zuidelijk en oostelijk) vreuchde, vreughede, vrōghede, ontwikkeld met dialectische velaar uit Oergermaans *fruwiþō- ‘vreugde, blijmoedigheid’, bijvorm met umlaut van *frawiþō- (waaruit Mnl. nevenvormen vroude, vrowede), afleiding van *frawa- ‘vrolijk, opgewekt’, waarvan Mnl. vro(o), vroe; verder zie vrolijk. Evenals (met umlaut) IJslands frygð; naast (zonder umlaut) Nederduits Freid en Duits Freude.

Vertalingen

Engelsjoy
Fransjoie
DuitsFreude
Spaansalegría
Italiaansgioia, gaiezza
Portugeesalegria
Russischрадость
Japans喜び
Koreaans기쁨, 즐거움
Arabischبهجة, فَرَح
Turkssevinç
Poolsradość
Zweedsglädjen