rouw

mannelijk (de)/rɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote smart of droefenis na een verlies
  2. tijd van rouw

Etymologie

* In de betekenis van ‘smart’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220

Vertalingen

Engelsmourning
Fransdeuil
DuitsTrauer
Spaansluto, duelo
Italiaanslutto, cordoglio
Deenssorg