boordsel

onzijdig (het)/'bortsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. versiersel aan de randen van kledingstukken
    Die kleuren werden op 13 augustus 1902 geïntroduceerd. Daarvoor voetbalde de ploeg in een zwarte korte broek met wit boordsel, een zwart shirt (met kraag, witte manchetten en een wit schildje met de zwarte initialen ‘AAG’ op de linkerborst) en een zwarte pet met een metalen insigne van de club. Zwart-wit, de kleuren van de stad Gent. De Standaard 21/05/2015 door msn, hrt, dsd [https://www.standaard.be/cnt/dmf20150521_01692034 Eigenlijk is AA Gent een atletiekclub]
  2. versiersel aan de rand van een schild

Etymologie

* boorden

Vertalingen

Engelslacing, border, trimming