garnituur

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groenten die als versiering bij vlees of vis geserveerd wordt
  2. decoratie die op kleding aangebracht is
  3. stel zaken die bij elkaar horen
  4. stel zaken die een gelijke kwaliteit hebben
    Als wielrennen slechts bestond uit een scorebord, dan was de eerste week van de Vuelta er één om snel te vergeten. Massasprints zijn het werk voor de tweede garnituur geweest. De favorieten gunden de avonturiers van de lange ontsnapping dagelijks de ruimte.Volkskrant Bart Jungmann 29 augustus 2016,
    Frankrijk, dat optrekt naar glorie vanuit het eigen bastion, deed zondag wat een land uit de hoogste garnituur van het voetbal behoort te doen met een bewonderenswaardige nieuweling: linea recta naar huis sturen, met ondubbelzinnige cijfers 5-2. In die uitslag ligt veel besloten: sterke Franse aanval, kwetsbare defensie. Volkskrant Willem Vissers 3 juli 2016

Etymologie

* van garneren

Uitdrukkingen

  • tweede garnituurvan een ondergeschikt niveau

Vertalingen

Engelsgarnish