Baan
mannelijk/vrouwelijk (de)/baːn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) het werk, een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemerIk heb sinds kort een baan bij dat bedrijf.De mensen die na veel aandringen iets wilden zeggen, deden dat anoniem. Ze waren doodsbang voor hun baantje.Pas na het passeren van Kearsarge Pass, toen we de uitgestrekte groene vallei van Kings Canyon in liepen, raakten we aan de praat. Het was fascinerend te horen hoe England zijn leven had ingericht. Hij had duidelijk lak aan conventies en had al jaren geen vaste baan.
- (verkeer) een verkeersweg of fysiek afgegrensd weggedeelte, voor rijverkeer of voor het opstijgen en landen van vlieg- en ruimtevaartuigenDie weg bestaat uit twee rijbanen, een fietspad, twee ventwegen en twee voetgangerspaden.
- (natuurkunde) het traject van een projectiel of hemellichaamDe sonde draait nu in een baan om de zon.
- (sport) een voor sportwedstrijden geschikt gemaakt, langwerpig en vlak terrein, een rechte of rondgaande weg, of een deel van een vaar- of zwemwaterDe Duitse roeiers in baan drie hebben een duidelijke voorsprong.Hun volgende doel lag vijfentwintig meter verderop: het instructiebad, oftewel de plas water waar men in alle rust baantjes kon trekken.
- strook materiaal als (behang-)papier, vloerbedekking, (textiel-)stof,Een vlag met drie gekleurde banen.
- (techniek) het rechthoekige bovenblad van een aambeeldIn de baan van het aambeeld zit een vierkant gat waarin hulpstukken kunnen worden geplaatst.
- (militair) een terrein voor het houden van schietoefeningenVandaag hebben we de hele dag dienst op de schietbaan.
- dat is van de baan: het gaat niet meer doorNa het schandaal is de promotie van de baan.
- iets op de lange baan schuiven: iets uitstellenHij heeft altijd mooie plannen maar hij schuift ze altijd op de lange baan.
Etymologie
* In de betekenis van ‘betrekking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1739
Uitdrukkingen
- ruim baan maken — de ruimte geven
- iets op de lange baan schuiven — stilletjes van plan zijn iets niet af te handelen
- iets van de baan schuiven — iets niet door laten gaan
- iets in goede banen leiden — dreigende problemen voorkomen door goede begeleiding
- flexibele baan — een baan van een werknemer met een afspraak over een arbeidsduur met een variabele aantal uren per week
- reguliere baan — een baan van een werknemer met een afspraak over een arbeidsduur met een vast aantal uren per week
Vertalingen
Engelsjob, path, carriageway
Fransemploi, boulot, chaussée
DuitsStelle, Arbeitsstelle, Bahn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek